Atelier Tentoonstelling

Het weekend van 10 t/m 12 juni houd ik een expositie in een leegstaand atelier tegenover mijn atelier in de Gravenstraat 33 te Dordrecht. Er zal een keuze uit mijn werk van de afgelopen jaren te zien zijn. Na zo'n 40 jaar werken in mijn Dordtse atelier is een opruiming wel op zijn plaats. De prijzen zal ik aanpassen (tot 20% korting). Klik hier voor de catalogus.

CV

Trudy Kunkeler volgde een opleiding MO Handvaardigheid in Rotterdam en studeerde vervolgens aan de Vrije Academie in Den Haag, waar zij bij onder andere bij Emmy van Deventer lessen keramiek en glazuurtechnieken volgde. Daarna heeft zij met een beurs van het Ary Schefferfonds een jaar een opleiding gevolgd aan de Escola Massana in Barcelona, gevolgd door nog een jaar op uitnodiging van docent Maria Bofill.
 
post
 
Toekenning Ary Schefferbeurs, Dordrecht
1969
Eerste prijs Premi d’escultura de la Caixa, Andorra 2001
Tweede prijs Premi d’ escultura de Crèdit Andorrà, Andorra 2007

 

 
Publicaties:  
Confluències, catalogus expositie, Andorra   1991
5 Trajectes, catalogus expositie, Andorra    1996
Water en Vuur, beelden en gedichten  1996
L’International de Sculpture sur Neige, Quebec, Canada 1998 
Vase Gallery Ceramic Millennium, Amsterdam  1999 
Aan het werk, Centrum Beeldende Kunst, Dordrecht 2000
NVK Keramiekgids 2001
  2004
  2005
Art et Nature, Bosc, Ste.Colombe sur l’Hers, Frankrijk 2002
Artikel Keramiek 2, Piet Augustijn  2003
Catalogus project De Einder  2006
Agora cultural, Andorra, ‘Escultura’, pag. 17 2008
Hedendaagse Keramiek in Nederland (pag.341), Piet Augustijn 2008
   
Exposities:  
Confluències, Sala d’ Exposicions del Govern, Andorra (groep) 1990
Escultura i Objecte, Sala d’ art Era Bauro, Andorra (groep) 1991
Escultures de Foc, Sala d’art Era Bauro, Andorra (groep) 1992
Pictura, Dordrecht (duo)                     1993
Galerie Grafiker, Haarlem (duo) 1993
Met vuur gevormd, CBK, Rótterdam (groep) 1994
Galerie Segaar, Dordrecht (solo) 1994
Sala d’Exposicions del Govern, Andorra (groep) 1996
Galerie Naber, Groningen (duo) 1998
Bibliotheek, Den Haag (solo) 1998
Galerie Naber, Groningen (duo) 1999
NKV-vazengalery, Rai, Amsterdam (groep) 1999
Galerie Grafiker, Haarlem (duo) 1999
Pictura, Dordrecht (duo) 1999
Beelden in de Herfst, Delfgauw (groep) 1999
Galeria Pilar Riberaygua, Andorra (solo)
2000
Galerie Naber, Groningen (duo) 2001
Galerie l’Ile, Ste.Colombe sur l’Hers, Frankrijk (groep) 2001
Foyer Pictura, Dordrecht  (solo) 2002
Galeria Les Punxes, Barcelona groep) 
2002
L’ Ile, de Einder, Ste.Colombe sur l’Hers, Frankrijk (groep) 2004
Pictura, de Einder, Dordrecht (groep) 2005
Galerie Naber, Groningen (duo) 2005
Pictura, derde zaal, Dordrecht (groep) 2006
Beeldentuin Pinetum, Vorden (groep) 2006
Sala d’Exposicions del Govern, Andorra (groep) 2006
Galeria Pilar Riberaygua, Andorra (solo) 2007
Beeldenroute, Diepenheim 2007
Centre d’Art, Escaldes, Andorra, ‘Escultors‘ (groep) 2008
Beeldenroute, Lonneker 2008
Hedendaagse Keramiek in Nederland, Gorcums Museum 2008
Pictura, 3e Zaal, Dordrecht, ‘Loden Landschap’ (solo) 2008
SJ Galerie, Leeuwarden, ‘Sculpturale Keramiek’ (groep) 2008
SJ Galerie, Leeuwarden, 'Beeldentuin' (groep) 2009
Tallers Oberts / Open Atelierdagen, Barcelona 2010
40 Jaar werken in de Gravenstraat, Dordrecht 2011
 

 

Schrijven over beeldende kunst is moeilijk. Al wordt er, zoals overal waar de grenzen vaag zijn en ijkpunten soms ontbreken, eindeloos over gedelibereerd. Beeldende kunst heeft dit met muziek gemeen, dat het uitdrukt wat niet gezegd kan worden. Zoals Francis Bacon eens zei: Als ik mijn schilderijen kon verklaren zou ik schrijver zijn.

Aan de andere kant: het moet steeds opnieuw worden geprobeerd, iets zinnigs zeggen over wat niet gezegd is maar geschilderd, gebeeldhouwd enz. Niet omdat er een expositie moet worden geopend of een recensie moet worden geschreven, maar omdat één mens een kunstprodukt van een ander mens ziet en erdoor geraakt wordt en dat uit wil leggen, ook aan zichzelf, waardóór hij geraakt wordt. Omdat hij iets meer wil zeggen dan 'o' of 'ah'.

Dat overkwam mij toen ik kennis maakte met het werk van Trudy Kunkeler. Waarom vond ik die beelden zo bijzonder? Want meer dan als keramiek zag ik dat werk als niet-gebeeldhouwde beelden.

Lang geleden, toen ik over kunst schreef voor de krant, begon ik aan een serie artikelen onder het kopje Atelierbezoek. Door te gaan kijken op ateliers en te praten met beeldende kunstenaars over hoe zij werkten, probeerde ik het probleem van de zegbaarheid op te lossen, of misschien uit de weg te gaan. Over de bedoeling van het werk hielden wij het kort, ook wel uit een soort gêne.

Ik ben dat procédé van het atelierbezoek weer gaan toepassen bij Trudy Kunkeler, al ben ik begonnen met een gedicht over het huisje waar zij woont, verscholen achter struiken aan een plein waar verder louter grote tot zeer grote monumentale gebouwen staan, een magische plek in mijn beleving, waar iemand woont, die ’uitgelezen boeken maakt / van steen’.
Wat dat laatste betreft: in onze woonplaats Dordrecht had Kunkeler op het Hugo de Grootplein een soort zitje gemaakt bestaande uit de in klei gegoten boeken van de grote 17de-eeuwse rechtsgeleerde Grotius. Het beeld werd vrijwel meteen na de oplevering gestolen en met bijna adembenemende snelheid vervangen  door een nieuw, ditmaal stevig verankerd  exemplaar. Het beeld intrigeerde mij, als kijker en als schrijver. Wat later zag ik een foto van een hoge muur met nissen of open ramen waarin zo te zien rijen boeken stonden. Het bleken tegels te zijn die stonden te drogen in de tocht.
De foto was door Kunkeler genomen in Jemen, waar zij middenin de woestijn wolkenkrabbers bouwen van leem. ‘Chicago der Wüste’ heette een Duits boek dat ik eens over dit onderwerp bezat en dat onder het zand van de tijd verdwenen is.

Bij mijn eerste atelierbezoek was wat ik zag bijna in tegenspraak met het monumentale dat Trudy Kunkeler’s werk, ook in kleinere formaten, ontegenzeggelijk heeft. Er stond een huiselijke mangel, waar de klei doorheen werd gehaald om dan in ordelijke plakken op een tafel te worden gelegd, ongeveer zoals de kleermaker dat doet met de lappen textiel waaruit hij een jas gaat maken.
Het resultaat is daarmee, zoals gezegd, in tegenspraak met de sculpturen die Kunkeler maakt. Bij haar ontstaat er bijvoorbeeld een hoge rots ter grootte van een mens, of een soort scheve kathedraal die naar het plafond reikt als was het naar de hemel.
De kleur (volgens haar het moeilijkste) speelt ook een belangrijke rol, zoals ook te zien valt uit de foto’s die zij maakte in Noord Spanje, bijvoorbeeld van leemkleurige rivieren in diepe, bijna ondoorgrondelijke dalen. Zij dringt door in zo’n landschap en komt er dan weer uit als een mijnwerker uit zijn schacht. Daarna gaat zij als het ware het landschap herscheppen met wat er zoal naar boven is gebracht.
Zo gaat de kunst naar de natuur en keert de natuur terug in de kunst.

Jan Eijkelboom
n.a.v. de serie ‘elementsverwisseling’

 
Keramische vormen van Trudy Kunkeler verwijzen naar landschap en architectuur
 

De afgelopen jaren hanteerde Trudy Kunkeler drie thema’s voor haar keramische beelden. Elementsverwisseling, materieverschuiving en versplintering. Twee van die thema’s kwamen tot uiting in architecturale vormen die in grote installaties werden getoond, het thema materieverschuiving heeft zij gevisualiseerd in foto’s.

Elementsverwisseling
De installatie ‘Elementsverwisseling’ (1998-2001) lijkt opgebouwd uit kleurrijke stukken rots, maar bestaat geheel uit keramiek. Gelaagde delen waarin stapelingen van platte tegels worden gecombineerd met een steenachtige structuur van blokken die rechtstreeks uit de rotsen gezaagd kunnen zijn. Trudy Kunkeler verwijst met deze installatie naar het rotsachtige landschap en de leemarchitectuur van Jemen, een land in het puntje van het schiereiland Saoedi-Arabië, waar zij een aantal weken verbleef.
‘Uit de veelheid van indrukken, vormen en ideeën die ik de laatste jaren heb opgedaan en gebruikt, ontstaan nieuwe vormen. De studiereis naar Jemen heeft er een dimensie aan toegevoegd’, zegt Kunkeler over de installatie. ‘Het totaal is een vrij letterlijke vertaling van steden in het landschap. Die steden zie je bijna niet, omdat ze in het rotsachtige landschap opgaan, zowel door de kleur als door de vorm. Ik ben bezig met het bouwen van een nieuwe stad, waarvoor ik elementen gebruik die ik op verschillende plaatsen heb gezien.’
Belangrijke inspiratiebron voor haar werkwijze van destijds was het boek ‘De Onzichtbare Steden’ van Italo Calvino, die over Kublai Khan schrijft, dat deze had gemerkt dat de steden van Marco Polo op elkaar leken, alsof de overgang van de ene stad naar de andere geen reis inhield maar een elementsverwisseling. Behalve door deze rotssteden raakte Kunkeler onder de indruk van de leemarchitectuur van het land. De platte grijze leemtegels worden in stapels in de ramen te drogen gezet. Alleen om de ramen heen wordt een kleur aangebracht - rode, blauwe of gele pigment, gemengd met kalk, zodat de grote grijze vlakken ritmisch worden doorbroken.

Ontwikkeling
Trudy Kunkeler volgde een opleiding in Rotterdam (MO Handvaardigheid) en aan de Vrije Academie in Den Haag. Daarna woonde zij twee jaar in Barcelona waar zij lessen volgde aan de Escola Massana. Terug in Nederland ging zij les geven, experimenteerde in polyester en combineerde klei met papier, karton en hout. Sinds de vroege jaren 70 maakt ze vlakke en ruimtelijke objecten in steengoed die ze opbouwt uit plakken uitgerolde klei. Er ontstonden strakke sculpturale bouwsels en doosvormen. Geruime tijd werkte ze vrij klein, de laatste zeven jaar krijgen de objecten monumentale afmetingen. Belangrijk voor dat monumentale werk was de opdracht voor een kamerscherm in 1992. Een golvende wand in drie delen, die een sculptuur is, maar ook dienst doet als afscheiding. In vervolg daarop ontstond een warmte-accumulerend  scherm voor een experimentele woning in Almere. Stapelingen van hoekige stenen – zoals die in de Pyreneeën voorkomen als een herkenningsteken voor een pad - die in het scherm hol zijn en gevuld met water. Aan de raamzijde is het object zwart, zodat de zonnewarmte kan worden opgenomen. De andere zijde is licht van kleur en geeft de warmte af.
De zuilen verwijzen naar de stapelingen van stenen zoals die in het berglandschap voorkomen. Afgesleten door water en wind, geometrisch van vorm en voorzien van ritmische structuren van ingekraste lijnen die de verwering aangeven. Ze zijn geïnspireerd door het berglandschap van de Pyreneeën, waar ze meerdere malen malen per jaar verblijftt, werkend in haar atelier in Barcelona.

Materieverschuiving en Versplintering
Voor de fotoserie ‘Materieverschuiving’(2001) gebruikte Kunkeler foto’s die ze in de loop der jaren heeft gemaakt van stukken rots, stromend water, sneeuw en andere. De beelden die ze had gefotogafeerd bleken wat vorm betreft op elkaar te lijken, maar waren van een andere materie. Toen ze dat ontdekte is ze bewust op zoek gegaan naar de ontbrekende vormen, waardoor er uiteindelijk een langzaam verlopend beeld ontstond dat in materie verschoof van rots naar water en van  sneeuw naar lucht.
De installatie ‘Versplintering’(2002) heeft als uitgangspunt de overeenkomst tussen het functioneren van het lichaam en de geavanceerde apparatuur met betrekking tot het oog. ‘Doordat ik problemen had met mijn ogen zag ik een versplinterd beeld. Wanneer ik iemand aan zag komen duurde het even voor ik het beeld bij elkaar had’, vertelt Kunkeler over het ontstaan van ‘Versplintering’. ‘Kort daarop zag ik videobeelden via de videofoon. Die beelden toonde een gezicht in blokjes, die langzaam bij elkaar kwamen. Dat deed mij denken aan mijn eigen oogfunctie en gaf mij het idee daar iets mee te doen. Het resultaat was een serie gestapelde platte vlakken, afwisselend egaal zwart en voorzien van een structuur van krassen, die in opgaande vormen bij elkaar werden geplaatst. Het werk is tijdens een werkperiode van drie maanden in het Franse Ste.Colombe sur l’Hers (vlakbij Montségur) gerealiseerd.

Piet Augustijn

 ‘Keramiek Kunkeler monumentaal als rots’, Piet Augustijn, De Dordtenaar, 1994
 ‘Kunkeler bouwt nieuwe stad’, Piet Augustijn, De Dordtenaar, 1999

Tentoonstellingsarchief

top